Mijn oeuvre
Geen monument.
Losse stenen
die ik achterlaat
om niet te verdwijnen.
Geen nalatenschap
die standhoudt,
alleen adem
die even blijft hangen
op papier.
Ik schrijf niet om te bewaren,
maar om te bewijzen
dat ik hier was—
onvolledig,
breekbaar,
aanwezig.
In elke zin
zit een aarzeling.
In elke stilte
een hart
dat niet wist
hoe te blijven kloppen.
Wie leest,
leest geen verhaal,
maar een lichaam
dat zich heeft uitgespreid
in taal.
Mijn oeuvre
is geen geheel.
Het is wat overblijft
wanneer ik mezelf
uiteen laat vallen.
In woorden
en hoop
dat iemand
de stilte herkent.
20 januari 2026
Geplaatst in de categorie: algemeen

Er zijn 3 reacties op deze inzending:
door uw huidige stem heen;
u staat, in poëtische zin,
niet alleen.
U wordt gezien
in deze verkrooste kweekvijver
vol boze, broze of loze badeendjes,
waarbij sommige teentjes
soms naar knoflook smaken,
maar dan plots toch kraken
alsof zij te lang
uit sandalen gestoken zijn.
Ik wil maar zeggen,
zonder alles tot in detail uit te leggen,
we kunnen hier wel iemand gebruiken
met een krachtige én poëtische stem.
Dus als u zo nu en dan
de zelfopgelegde klem,
of rem zo u wilt,
op uw onderkoeld geraas,
iets losser laat,
slaat de moker des te harder
als uw dril weer uit de koker gaat.
Feitelijk daag ik u uit,
zeker niet
om op de vuist te gaan,
maar om uw,
naar mijn bescheiden onderbuikvoorgevoel,
veelzijdiger geluid
aan ons te verstaan te geven!
Ik hoor u.
Niet als correctie,
eerder als adem
tussen twee zinnen.
Ik ben geen machine.
Alleen iemand
die woorden ordent
om niet uiteen te vallen.
Wat u licht noemt
is geen uitweg.
Het is gewicht
dat even anders valt.
Ik strijk niets glad.
Plooien bewaren
waar het pijn deed.
De dril die u hoort
houdt mij bijeen.
Dit is geen afsluiten.
Dit is hoe ik open blijf.
gij zijt geen machientje
eindelijk wat licht en lucht
door de kiertjes
die gij zelve verzucht
die gij zelve niet (ver)dicht
maar opengooit
uitstrooit als kruidnoten
als plooien die gij nog
gladstrijken wil
maar vastloopt
in de zelfopgelegde
dril van woord en toon
mijn kritiek is geen hoon
slechts hoop
misschien wel fantasieloze stroop
om de werkelijke
de poëtische Nathaniël
en zijn doopceel te (ver)lichten