We noemen hem Kees XXII; vers 027
*027*
de winterwind speelt
met witte wilde haren
en zilverlicht dwingt
als ingewikkeld garen
tussen de bladerloze
ontwortelde dromen
door tot de haarvaten
van ons levensidioom
ook de wolken zijn stil
uit de onwil tot breken
in aanstekelijk huilen
of meesmuilend gejaag
wat de vraag oproept
of dit heden wel bestaat
door een onhandigheid
in de poëtische spagaat
Geplaatst in de categorie: individu

Er zijn nog geen reacties op deze inzending. Schrijf de eerste reactie!