We noemen hem Kees XXIII; vers 742
*742*
Voegen verkleuren in elk vertrek, in alle tijd
die richtingloos verstrijkt als je niet uitkijkt;
minder grijs blijft over, terwijl de afgeprijsde
tegels, in gebroken wit, als de schaduw van
de zilverreiger verder trekt, stuk voor stuk
breken in dit ijle winterlicht. Hij verrekt ‘t
de scheuren af te dichten; de regenbogen
vertakken zich door het nooit opgedroogde
cement, wat dit bad vol tranen gestalte gaf.
Geplaatst in de categorie: individu

Er zijn nog geen reacties op deze inzending. Schrijf de eerste reactie!