Gehavend
drie treden hoog
was het paad over water
aldaar leunde ik over het hout
en zag uit over reizend verkeer
stil nog, er was geen seizoen vertier
niet wetende dat ik een herinnering schiep
voor later, er kwam geen andere keer
achter glas aan de haven
werd het zoet mij voorgezet
zeker het was ook om te laven
maar op voedzaamheid werd niet gelet
we spraken over binnen en buitengaats
over de ring met een lichte twinkeling
ook dat gebaar was voor het laatst
ik leek op een eenmalige zendeling
ver naar het noorden afgereisd
achteraf had de zucht zich voorbarig
uit de verwachting geprijsd
dit alles nam ik op als een schilder
en gaf het een plaats in mijn liefdesleven
zoet, zacht en met uitzicht
warm waren de woorden in elkanders bede
ik heb weet, dit alles maakt de pijn
in de vergankelijkheid milder
van nature heb ik lief,
maar ook blijkt dat soms ietwat naïef
ik steek de hand wel in eigen boezem
opdat ik mijn hart niet verlies
als ik mijn zon met schaduw ontrief
ik draag met respect mijn gedachten
en verwijt de ander
geenzins haar pure krachten
het lot was niet opgewassen
tegen ieders mee te dragen levenslasten
Zie ook: https://www.derooiseschool.nl/
Schrijver: julius dreyfsandt zu schlamm, 6 maart 2026
Geplaatst in de categorie: emoties

Er zijn nog geen reacties op deze inzending. Schrijf de eerste reactie!