Brief aan de ontdekkers - I
Op aanlandige wind
sprongen we slootjes,
smeerden groene vlekken
op blote knieën,
water sijpelde in blauwe regenlaarzen,
slurpten chocomel onder de brug.
We schuilden voor het zwellend wolkendek
leunend tegen de Romeinse muur.
De lauwe middag vergleed,
overschreeuwd door Usipeten,
achter eindeloos lokkende queesten.
Met handen geboeid op onze rug
volgden we vluchtende paardenbloemen.
In het mulle zand staken we twijgen
verdedigden met smeulend vuur –
roerden met ganzenveren in de as.
24 maart 2026
Geplaatst in de categorie: taal

Er zijn 3 reacties op deze inzending:
Er zit iets onschuldigs in, maar ook iets dat al verder kijkt. Die “queesten”, die Usipeten — het spel wordt groter dan het is. Soms voelt dat bijna te groot voor de eenvoud van de rest, maar het geeft ook die drang om te ontsnappen.
Het voelt als begin. Nog niet gebroken. Maar het zit er al onder.
Wat lijkt te beginnen als jeugdherinnering, eindigt in
een bloederige strijd wat een 'vergeten' geschiedenis
blijkt. I'm very impressed.
*****