Brief aan de ontdekkers - II
Stroomafwaarts,
met open monden
kauwden we de wind,
slokten lege wolken,
gooiden kiezels
kei – op – kei – op – water.
Nu staren hoge schoorstenen
naar de verstilde dam.
Het baken op de krib vertelt:
Mithras is verdwenen.
Zijn speelstok vastgeprikt
op hologige grondels.
Fietskadavers neergesmeten
roesten in het gras
misbaksels, los gestapeld,
verzanden weer in klei.
Een matras verdwaald.
Retentiegebieden stromen,
stammen dolen, halen vuur -
uit zwervende elzenbomen.
Wachten op de kus
van Hercules en Magnusanus.
Op rode akkers, omgeploegd
schieten wilgentenen,
tussen opvliegende ganzen.
25 maart 2026
Geplaatst in de categorie: taal

Er zijn nog geen reacties op deze inzending. Schrijf de eerste reactie!