boom~grond~bos
Buiten roept een uil,
de dag is voorbij. Ik droom
dat ik een boom ben,
alleenstaand, weemoedig in een
dicht beloverd bos.
Mijn kruin huilt als de wind, mijn
takken knakken, mijn bladeren
rillen. Het bos rondom mij
hoort mij niet, het is zo veraf,
onbereikbaar.
Maar ondergronds roeren zich
de tongen van duizend schimmeldraden.
Alle bomen in mijn buurt zoeken contact.
Ik voel het in mijn wortels hoe ik,
huiverend nog, een antwoord probeer.
Ik koester de wolvin die zich schuurt
aan mijn schors, de specht die gaten slaat,
de littekens van in mij gekraste
initialen en verzwamde liefdesharten.
Ik ben een levende boom.
Alom juicht het volledige bos.
Geplaatst in de categorie: natuur

Er zijn nog geen reacties op deze inzending. Schrijf de eerste reactie!