nu gaan we dichten
het stoelgerij onder mijn kont
ademt zwaar de luchten van de
nacht, het tekent het meegereisde
vermogen waarmee mijn vingers
zich krommen na een vluchtig
doch dapper ontbijt
woorden raken diepe zinnen en
terloops zie ik dat mijn eigengereide
woordenschat zich bezigt om te
begrijpen waarmee ik ze belast
ach, laat de meug zich in vreugd
begeven, een dicht is geen beeld
dat uit marmer is gehouwen, maar
een waarheidsvinding van de
dichter “ himself “
en…het geeft geen gruis geen stof
puin of zwaar gesjouw, het is de
luchtigheid des huizes waarmee
alles wordt onderbouwd
het hoeft alleen maar te ontstaan
en onderweg zichzelf een
beetje te verbazen
Geplaatst in de categorie: individu

Er is 1 reactie op deze inzending: