voeg je netgedicht toe

Netgedichten

netgedicht (nr. 90.544):

Odysseus’ verhaal; voor de val

Ik wilde niet, echt niet,
niet mijn Ithaka verlaten,
dus veinsde ik waanzinnigheid
en ploegde met os en ezel
het strand om en zaaide zout.
Echter was het mijn grootvader,
Palamedes, die mij doorzag, –
laat ik daar eens mee beginnen.

Ik kon zeker niet goed jagen:
vraag het de broers van mijn moeder,
Antikleia,
allen kinderen van Autolykos,
zij zullen beamen dat
de oorzaak van mijn ene litteken
slechts een onschuldig ongelukje was.

Telemachos, mijn zoon,
was zeker geen ongelukje,
en geen toeval, schone Penelope,
noch zal mijn liefde voor jou ooit,
door welke tegenslag dan ook,
vergaan.

Was het uit wrok, of toch uit pure toewijding
voor het hogere doel van de oorlog, ik trok
Achilles bijtijds uit het hof van Lykomedes
op Skyros, waar diens moeder, Thetis,
haar zoon had verstopt.

Ook heb ik vruchteloos geprobeerd,
samen met Menelaos, de man van Helena,
haar op diplomatieke wijze vrij te krijgen,
om de Grieks-Trojaanse Oorlog alsnog
te voorkomen, maar die scheen
uiteindelijk onvermijdelijk te zijn.

Mijn bescheiden vloot van twaalf schepen stak schraal af
bij die van vervaarlijke grootse strijders als Aias
en steeds weer die Achilles (met zijn Myrmidonen).

Echter is dit niet Achilles’ verhaal,
daar ík nog rap van tong ben,
voor een dode spreker helemaal;

de sluwste ideeën kwamen ook toen van mij,
netjes gebracht of onverwacht dwingend:
zelfs Achilles draaide daardoor zijn zeilen bij
en streed weer, na een onnodige onenigheid,
onder Agamemnons leiding mee.

Diomedes en ik zijn wellicht
op nachtelijke verkenningstocht geweest,
hebben in het Trojaanse kamp wat stennis geschopt
waarbij wel doden zullen zijn gevallen,
spion Dolen en koning Rhesos toevalligerwijs,
en wat mensen gewond geraakt en prijs gemaakt.

Maar ik weet niet alles even duidelijk meer.

Het draait allereerst om wat destijds gebeurde:
vóór de val van Troje wachtten wij jarenlang,
bluste ik interne brandjes, suste conflicten
met woorden.

Dat is wat ik goed kon.

Míjn list en diplomatieke kunsten lokten
Iphigeneia, de dochter van Agamemnon,
naar Aulis, als offer voor wat gunstiger winden,
- al beweren anderen dat Agamemnon zelf
Achilles had beloofd als huwelijkskandidaat
voor zijn zuster. Wees gerust,
hij zou dat nimmer hebben gedaan.

Míjn list en bedrieglijke woorden
kregen Philoktetes met zijn beroemde boog
en zijn zeven schepen naar Troje,
- jammer dat hij zo stonk en amok maken bleef.

Maar niet voordat ik, samen met Phoenix en Diomedes,
Neoptolemos had opgehaald uit het hof van Lykomedes,
echt een bastaardzoon van die wraakzuchtige Achilles,
- zonder wie wij nooit Troje zouden kunnen innemen

volgens waarzegger Helenos,
die pas waarschuwde
ná de dood van Achilles.

Dit alles, en meer moois,
gebeurde nog
vóór de val van Troje.

... =deel 1= ...

Schrijver: R.E.N.S., 28 september 2026


Geplaatst in de categorie: literatuur

3.0 met 2 stemmen aantal keer bekeken 61

Er is 1 reactie op deze inzending:

MaXim, vandaag
Een goed begin is het halve werk...maar ik denk dat in deze vertelling nog vele delen zulen volgen!

reageer Geef je reactie op deze inzending: