voeg je netgedicht toe

Netgedichten

netgedicht (nr. 90.636):

Odysseus’ verhaal; Ons vertrek

Nu wordt het pas echt interessant voor elke geïnteresseerde
in de geschiedenis van mijn leven; over ons vertrek, Ithaka
achterlatend in handen van Telemachos, Penelope en ik,
is weinig tot niets geschreven en nog minder over bekend.

Ik weet niet precies meer met welk schip wij vertrokken,
de ondergaande macht van Helios tegemoet, het einde van
het tijdperk van moed, eer en glorie voor de donderende
goden, die ons destijds wegwijs maakten door de krochten
van Hades, de hel, waarvan nooit eens iemand vertelt,
- waarom zou dat zijn? of de haat
die zo hooghartig neerdaalt uit de hemel.

Ik zal de laatste zijn die in staat is een boekje open te doen,
toch is het veiliger als ik begin bij het begin van het einde:

wij vertrokken, Penelope en ik zwaaiden; aan de kade stond
onze zoon Telemachos met zijn vrouw Cassiphone, een dochter
van Circe, met Roma, ons kleinkind, - of dit moet zomaar
een beeld zijn dat ik in mijn hoofd heb gemaakt, geraakt
als wij waren door ons volk van Ithaka.

Ons land dat wij achterlieten, op weg naar eeuwige liefde
voorbij de horizon, verder dan ooit daarvoor gekeken was;
onze neuzen stonden in dezelfde richting, het boegbeeld spleet
de zeeën in tweeën, stevig op de romp; zelfverzekerd stegen we,
tegen alle verwachtingen, hoger dan we voorheen durfden,

sneller dan stiekem gedroomd, vlogen we over de golven
die als zomerwolken zo donzig plonsden tegen de bodem
van het schip, dat, net zomin als wij, wist welke richting
te gaan,
waar het stranden moest.

Zelfs áls het water woest tekeer ging, een woede-uitbarsting
zoals die ouwe Poseidon dat angstaanjagend goed kon, knarste
het hout nooit met zijn tanden, proestte de steven niks uit,
bak- noch stuurboord raakte voortdurend het watervlak:
onze boot was een magisch schip van pure liefde.

Het was de dood of de gladiolen, - van de weeromstuit klonken er
paukenslagen noch violen, noch mannenkoren die de spanning
opbouwden, of synthesizers die je hartslag bepalen
door herhaalbeats, - dat was er destijds allemaal nog niet.

Onverwacht dus sloegen wij te pletter. Althans, het schip kletterde
op de rotsen van een land: wij botsten en klotsten, ondanks ons
gespetter, onze heilloze pogingen om te zwemmen, steeds verder
terug de zee in, het strand verdween uit het zicht.

Voordat het sterrenlicht verscheen.

Men zegt weleens dat heengaan door verdrinking vredig kan zijn,
- ik heb mij sindsdien vaak afgevraagd hoe men aan die wijsheid
gekomen is.

Aan de kwelling van de hel went men niet, hoe triest het leven ook
voorbijgleed, ongeacht de kwellingen der dagelijkse dwalingen, heter
dan de kolen waarover je schreed, het vuur waarin je ooit je handen
steken zou voor wie of wat, toen, voor jou van belang was,
- dacht je.

Mijn leven was een hel, dat hoef ik niemand meer te vertellen, over
de val van Troje zal ik blijven zwijgen; deze vreselijke oneindigheid
die ik aan mijn broek heb gekregen, dankzij mijn onderscheide list
en mijn ongekende gaven in diplomatiek fabuleren, opkalefateren
van overduidelijke feitelijkheden en de naakte waarheid.

Juist dat maakt dat je mij deze keer kunt geloven op mijn woorden,
al was het maar omdat ik niks meer te winnen heb, of te verliezen,
hier, onder mijn rots,
gevangen in de eeuwigheid.

... [deel 8; einde]

Mijn voornaamste bronnen voor de Odysseus-cyclus waren:
‘van Achilles tot Zeus’ door Eric Moormann & Wilfried Uitterhoeve
(zie voor alternatieve verhaallijnen de bronnen van dit boek)
en Wikipedia

Hiernaast gaat mijn grote dank uit naar Maxim voor het meelezen
en specifieke puntjes op bepaalde i’s zetten. ...

Schrijver: R.E.N.S., 5 oktober 2026


Geplaatst in de categorie: afscheid

4.0 met 3 stemmen aantal keer bekeken 5

Er zijn nog geen reacties op deze inzending. Schrijf de eerste reactie!

reageer Geef je reactie op deze inzending: