drie kinderen voor het vuurpeloton
waar de liefde geen herinnering achterliet
bewaarde het kind de smaak van aardbeien
wij pionieren door het leven,
als ware de onschuld in ons neergedaald
de ter ziele gedragen mens
rustte dromenvrij in de bedstede,
met wanden die werden gedragen
op het condens van deemoed
het thuuske met het krantenpapier
dat zich verschool ergens tussen
bramen en onder de kastanjeboom.
dan de geur van oude mensen, opoe
met haar kousen, zwarte jurk en
het bloemetjesschort, aan haar voeten
hingen de sloffen van haar man
de keuken: het kleine aanrechtblad
met kastjes die de vaalheid teniet deden
drie bakjes, dofgroen:
zand, zeep en soda en boven
de wasbak een kraan met een hevel
het portaal en de woonkamer, allebei gelegen
in de treurnis van hun herinnering, drie
kinderen, gehaald door de Duitsers, stierven
in een ver kamp, waar werd gesproken
in talen achter gesprongen lippen
ze wisten dat hun tijd het laatste orakel
was dat de weg vond naar het vuurpeloton
“ ze stonden in het laatste licht,
als een menselijk gelid voor de kille muur “
en opa, opa werkte en opa werkte, opa at,
opa maakte kindertjes, en opa sliep en werkte
o ja, op de stoel… kreeg ik aardbeien uit de weck
de kleur rood was inmiddels verbleekt, ergens
tussen roze en purper in, maar de sap
was ongekend en weergaloos lekker
deze dichter schonk hun een geschiedenis,
terwijl het kind slechts om een
beetje liefde had gevraagd
Geplaatst in de categorie: emoties

Er zijn nog geen reacties op deze inzending. Schrijf de eerste reactie!