inloggen
voeg je netgedicht toe dichtwoordenboek

tabblad: netgedichten

< vorige | alles | volgende >

netgedicht (nr. 6648):

Luchtbewoners

Ik bemoei me met de luchtbewoners
tussen onbekenden en ontwijkten
zoek ik vrienden die mijn zorg begrijpen
boven wijsheid rijpe vruchten dragen

konden ze hun werkelijkheid bewijzen
bomen groeiden midden op de straten
water stroomde opwaarts in de bergen
en de mensen ademden het weten

nu verliezen mooi geworden spiegels
heldere weerkaatsing dat ze barsten
bomen lijken dwars verdeelde monsters
water snijdt als laag gevallen scherven

maakten ze zich kenbaar, ik zou dansen
op bewaard gebleven vergezichten
ik zou schreeuwen over witte toppen
grijze dalen zou ik nog bezingen

Schrijver: Willem Houtgraaf, 12 mrt. 2005
12 mrt. 2005


Geplaatst in de categorie: eenzaamheid

2,3 met 3 stemmen 837



Er zijn 4 reacties op deze inzending:

Naam:Rina
Datum: 5 apr. 2005
Emailadres:rinavandijktiscali.nl
Bericht:Ik ben heel blij dat ik je om uitleg heb gevraagd. Ik probeerde het te begrijpen, met je gedicht van 30 mei "Handleiding bij het lezen" als leidraad.(jammer van die koningin trouwens) Maar nog begreep ik het niet. Nu is alles me veel duidelijker geworden. Ik vind dat je je absoluut nergens voor hoeft te schamen! Nu weet ik wat je met luchtbewoners bedoelt. Met het nieuwe weten, dat dieper gaat dan de buitenkant, dat zoekt naar nieuwe wegen en invalshoeken. De 3e strofe vind ik ontroerend nu ik hem begrijp. Inderdaad een mens verliest veel van zijn onbevangenheid op weg naar de volwassenheid. Ik zal je andere gedichten nu waarschijnlijk ook anders gaan lezen.

Naam:Willem Houtgraaf
Datum: 4 apr. 2005
Emailadres:whoutgraafhotmail.com
Bericht:Eerst je vragen. Ja, je kunt dansen op een dansvloer. Dat doe je voor je plezier, het is een vreugde uiting. De dansvloer heeft hier de vorm aangenomen van vergezichten, die de ikfiguur tot vreugde stemmen.
Mensen zijn spiegels, ze weerkaatsen hun eigen innerlijk, ze zijn een [spiegel]beeld van dit innerlijk. Hier kan nog veel meer aan toegevoegd worden, maar dat laat ik achterwege.
Ontwijkten is geen zelfstandig naamwoord in de normale zin van het woord. Maar begrijp je wel wat ik ermee bedoel?
Maar goed, ik schrijf eens een brede uitleg van wat mij voor ogen stond toen ik bovenstaand gedicht schreef. Wellicht heb ik dan definitief afgedaan en moet ik me schamen voor mijn gepruts met de Nederlandse taal! Maar misschien verklaard het hoe ik met de taal aanrommel.

Luchtbewoners, daarmee bedoel ik gedachten en ideeën [soms ook de mensen, waarvan men zegt dat ze niet met beide benen op de grond staan], die waarheid in zich herbergen maar waar we niets van willen weten. Juist ‘de luchtbewoners’ worden vaak niet gekend en zelfs ontweken, vooral daar waar het de “ons onzeker makende [diepere] levens gedachten” betreft die niet [of moeilijk] bewezen kunnen worden, die ze benoemen en waarmee ze [ons] confronteren. Denk aan de profeten die rechtstreeks met de goden spraken. Het concept god wordt tegenwoordig als “uit de lucht gegrepen” beschouwd (denk ook aan magiërs, medicijnmannen en sjamanen).
De luchtbewoners blijven onverminderd met de problematiek zitten, dat ze niets kunnen bewijzen, niets feitelijk kunnen maken. Toch zijn ze werkelijk, op hun eigen manier feitelijk, het probleem is [vaak] de erkenning van de werkelijkheid van goden, profeten, zieners etc. Kijk maar naar de invloed van kerk en zieners, naar de invloed van geruchten en algemeen aanvaarde ‘bedachte regels en concepten’ op hoe mensen denken en handelen.

De wereld zou er, anders uit zien als de werkelijkheid van gedachten, ideeën, van ‘mechanismen als groepsconformering, subjectiviteit, angsten etc. op een meer realistische basis erkend zouden worden, denkt de ikfiguur uit het gedicht. Dat probeer ik in de tweede strofe tot uitdrukking te brengen. Bomen groeien nu niet midden op straat, want daar staan ze in de weg, maar dan wel, althans dan zien we dat we hun werkelijkheid niet kunnen ontwijken, ook al denken we nu van wel, zodat we ons momenteel [slechts] verbeelden dat de bomen in de bermen staan. Maar dan moet wel eerst de realiteit van de luchtbewoners doordringen. (Denk ook aan het werkwoord bomen, een boom opzetten, de discussies die een eigen realiteit krijgen en ons beheersen kunnen. Dat geeft nog een andere invalshoek voor de bomen in dit gedicht).
Water stroomt zoals we gewend zijn, de berg af. Als die nieuwe realiteit tot ons door dringt, zou het zo kunnen zijn dat de wereld op z’n kop staat. Wat we gewoon zijn waar te nemen, kan ineens anders uitzien. Dat probeer ik aan te duiden met het water dat de berg opstroomt.
“Mensen ademden het weten”, dat moge duidelijk zijn, dat nieuwe weten is reëler en meer waar dan het weten van nu. Bedenk zelf maar eens welke realiteit nu geldt.

In de derde strofe porbeer ik te omschrijven wat er nu aan de hand is, nu de ‘luchtbewoners’ falen zichzelf te bewijzen. ‘Mooi geworden spiegels’, denk aan de zuiverheid van kinderen die de waarheid en eerlijkheid reflecteren en wat daar van overblijft na het bereiken van de volwassenheid. Die heldere weerkaatsing valt uiteen in barsten van allerlei aard.
De bomen (die we planten en creëren) zijn geen fraaie producten meer, maar monsters van verbeelding, theorieën en onbelangrijke vaandels in ons bestaan.
‘Water snijdt als laag gevallen scherven’. Dat is een teruggreep op het water dat nu inderdaad omlaag valt en de realiteit is, net als de in schreven gebarsten spiegels, van een aanvaarde waarheid, die ons ‘gevangen houdt’ in de situatie waarin we [denken] te verkeren. De scherven zijn ook een verwijzing naar het fragmentarische karakter van het menselijk weten. Als laatste snijden de scherven in onszelf, als we niet oppassen...

De vierde strofe omschrijft het plezier dat het subject in het gedicht beleven zou, indien die nieuwe werkelijkheid toch zou doorbreken in de allerdaagse werkelijkheid (dat misschien alleen op individueel niveau mogelijk is). Bewaard gebleven vergezichten, dat zijn oude beloften, bijbelse allegorieën, mooie sprookjes met diepere duidingen, die dan inderdaad meer blijken te zijn dan slechts “oude verhaaltjes voor vermaak”. Witte toppen, dat zijn de hoogste toppen waar eeuwige sneeuw ligt en die dan ook meer realiteitswaarde krijgen. Groene dalen zijn het aardse, dat mooier wordt (groener) in het licht van de nieuwe werkelijkheid, het aardse leven krijgt meer betekenis. En dat bezingt de ikfiguur uit het gedicht.

Het uitzichtloze van deze [geschetste] situatie geldt ook voor dit gedicht zelf, dat ook een luchtbewoner is. Zo blijkt dat de poëzie niet aan zijn eigen beperkingen kan ontsnappen, maar het desalniettemin probeert (en blijft proberen). Is dit ook het noodlot van de dichter? En het noodlot van de ikfiguur uit het gedicht, die ogenschijnlijk een poëzie liefhebber is en zich bezighoudt met onbewijsbare gedachten. Dat is evenwel de omgeving waar hij zich thuis voelt en die hij reële waarde toekent.

Graag verwijs ik tot slot naar plaat XI van William Blake’s “huwelijk van hemel en hel.” Blake spreekt zich daar uit hoe hij denkt dat goden ontstaan zijn.

Dit stond mij voor ogen toen ik dit gedicht schreef. Indien er lezers zijn die andere dingen lezen, zou ik dat graag vernemen. Immers, als ik het later zelf teruglees, lees ik er waarschijnlijk ook nieuwe dingen in. Zo gaat dat met taalexpressies.

Naam:sjono
Datum: 4 apr. 2005
Emailadres:Sjonoplanet.nl
Bericht:Je gedicht vind ik (ik bedoel dit positief) snijdend. Ik blijf het herlezen. Wordt heel nieuwsgierig wie jij de luchtbewoners, de wijzen zijn met wie je je bemoeit.
Ik vind het prachtig in de zin dat het me boeit, het vragen oproept, ruimte geeft voor eigen interpretatie.
Ik begrijp dan ook niets van de beoordeling hier.
Wellicht een tip: misschien zou in je 2e blok regel twee de woorden 'bomen' en 'groeiden' moeten omkeren, dan wordt het denk ik voor meerdere lezers duidelijk wat je bedoelt.

Naam:Rina
Datum: 3 apr. 2005
Emailadres:rinavandijktiscali.nl
Bericht:Willem, ik begrijp dat je liever commentaar wilt.
Ik heb geen cijfer gegeven. Omdat ik niets van dit gedicht begrijp. Heb echt mijn best gedaan.
Je wilt water omhoog laten stromen? Is dat beter dan? Wat hebben mensen met spiegels te maken? Hoe kun je op vergezichten dansen. Ontwijkten, is dit een zelfstandig naamwoord? Misschien kun je het uitleggen?


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)