Onmacht gevleugeld
Telkenmale teruggefloten, en toch weer die beweging,
alsof het hart niet luistert naar de grens van zijn beleving
Terug naar die plek waar het zichzelf verliest,
verbonden met iets wat het niet begrijpt of kiest
De vogels ontwaken in de schemer van de nacht,
hun vleugels vol verlangen, hun bestemming ongedacht
De wanhoop sluit de ruimte, de hoop houdt haar weer open,
en ergens tussen beide blijft het verlangen hopen
Waarom diezelfde beweging, dat teruggaan, dat begin?
Wat drijft een hart naar iets dat het niet bevatten kan?
Is het de hoop dat zich nog iets zal openbaren,
of wat zich aan de greep onttrekt, maar zich laat bewaren?
Misschien geen antwoord, geen belofte, geen teken,
maar iets in de stilte dat niet wil verbleken
Een aanwezigheid die zich niet in woorden laat vangen,
een onvoltooid verlangen dat blijft hangen
En immer weer de wanhoop, die niet wil wijken,
het rusteloze keren, het niet kunnen bereiken
Alsof het hart iets weet wat geen verstand verstaat,
enkel het zelf, dat haar afstand niet zwijgen laat
De vogels roeren zich onder het nachtelijk zwijgen,
alsof ook zij niet leren, hetgeen
zij niet verkrijgen.
19 oktober 2026
Geplaatst in de categorie: individu

Er zijn nog geen reacties op deze inzending. Schrijf de eerste reactie!