Toen wij daar zaten
Toen wij daar zaten
We zaten daar,
alsof de kilte elk moment kon breken.
Jij lag stil,
je gezicht een kleur van wat je was.
Ik probeerde te voelen wat jij voelde,
maar vond alleen mijn eigen schuld,
mijn adem die bleef hangen
in een te kleine kamer.
Ik weet niet waar jij nu bent,
maar ik hoop dat het zachter is dan hier—
een plek waar wachten geen pijn doet
en afscheid niet telkens opnieuw begint.
Ik stelde me voor dat iemand je hand vasthield,
niet om te oordelen,
maar omdat niemand alleen zou moeten vertrekken.
En ik dacht aan al die fouten,
de lijst die steeds langer wordt,
hoe jij een spiegel werd
voor alles wat ik niet wilde zien.
Hoe ik, met handen vol breuken,
toch wrok kon voelen—
tegen jou, tegen hem,
tegen alles wat had kunnen zijn.
Dus bleef ik zitten,
hopend op zachtheid,
op iets dat lijkt op begrip,
iets dat me niet omver duwt.
En terwijl ik wachtte, merkte ik
hoe woorden veranderden,
hoe rouw een nieuwe stem werd
die ik moest leren verstaan.
Jij zat daar ooit,
nerveus, met ogen die alles zagen.
Nu ben ik degene die blijft kijken,
proberend niet weg te kijken
van wat er overblijft.
Geplaatst in de categorie: verdriet

Geef je reactie op deze inzending: