inloggen
voeg je netgedicht toe

Netgedichten

netgedicht (nr. 87.934):

Don en l'Age d'Or

Die quasivernuftige Castiliaanse edelman
was zo op het oog een type robin hood
doch wie goed kijkt ziet niets
meer
dan een windwoordenbuil
een weldoener-bedelman

Hij trok erop uit op zijn
ros rocinante
als wereldverbeteraar
avant-la-lettre
hij liet nimmer af, gaf nooit de moed op
maar de wekelingen die hij ontmoette

in Málaga Cádiz Granada
Aragón Córdoba Zaragoza
Catalonia Extremadura
Toledo León Salamanca

maakten hem met zijn
vlijmscherpe blik
tot een fijnstoffelijk observator
van het Spaanse Hotel Grand Europa
met een feminien oog voor detail

een 17e eeuwse Dior
die verlangde naar vroegere tijden

... Reactie op een eerdere
reactie van Rens

share.google/eNYinXPnHLeHHmu7P ...


Zie ook: https://share.google/NiWSlSwmBl2eTbRUR

Schrijver: Max de Lussanet, 14 januari 2026


Geplaatst in de categorie: literatuur

2.6 met 7 stemmen aantal keer bekeken 158

Er zijn 3 reacties op deze inzending:

CB, een maand geleden
In dit gedicht voel ik een zachte spanning tussen idealisme en ontluistering, alsof bewondering en mededogen tegelijk meekijken. De figuur wordt niet belachelijk gemaakt, maar aandachtig gevolgd in zijn kwetsbare volharding, waar grootse dromen botsen met een weerbarstige werkelijkheid. Juist door de fijnstoffelijke observaties en het oog voor detail krijgt zijn dwalen iets menselijks en teder: een verlangen naar een verloren glans, dat niet naïef is maar moedig in zijn weigering om te verharden.
Max de Lussanet, een maand geleden
Wij dienen ons inderdaad
verre te houden van de strijd,
wij verschansen ons metafysisch
in Plato's grot

en als de bliksemslingeraar
ons teistert met regenbuien
schuilen wij samen met de koningin van Carthago
in de grot zolang het duurt...
R.E.N.S., een maand geleden
Om nou die gewelddadige R.E.U.Z.E.N., van Grutte Pier tot Goliath,
het zijn er zat, op te peuzelen, gaat ver; beter buig ik ze om, allegorisch,
tot windmolens, 'nolens volens' zo je wilt. Metaforisch wil ik daarmee
zeggen dat, enige kennis en mededogen, in mijn ogen, een boel stennis
overbodig kan blijken, wijl wij, 'de geurlozen', ons verschansen in de grot,
-wat in zichzelf voldoende paradoxen op een metafysisch niveau draagt.

reageer Geef je reactie op deze inzending: