Metamorfoses
De vorst breekt weer door mijn tanige huid;
ze hangt als vel aan de slapende eiken.
De grens naar herstel is nog te bereiken,
nu ik mij losmaak van het winters besluit.
Van het land pluk ik de zachte dagen,
een regenbui die mijn lichaam masseert;
ik ken de bittere kern die hij vereert,
met mijn jas kan ik hem wel behagen.
Uit mijn arm ontwaakt al een frisse knop,
de melodie van een geurend voorjaar,
die mij bevrijdt van mijn winterse goed.
De groeven in mij leest men nog volop;
zelfs het repareren van een sokkenpaar —
de voorjaarsschilder heeft me onlangs ontmoet.
Geplaatst in de categorie: lichaam

Er zijn nog geen reacties op deze inzending. Schrijf de eerste reactie!