Ode aan een madeliefje
Stormvlagen ramden schuine daken.
Grommende wilde paarden
in hagel, drens en buldervlagen
vielen samen met hoefslagen en donder
uit een machtige torenbrand naar onder.
Brekend krakend bliksemde
braakte de zomerdag zijn zwartste donker
maalde druppels over breed bladergroen
en een wit, pas ontloken weidebloem
met haar hartje geel zo kwetsbaar open.
De waterroede zweepte hare blaadjes
en de tere kelk waarin zware druppels elk
- vastgeprikte briljanten -
stil wegvloeiden. Een te zware traan.
Zo zichtbaar schreide het madeliefje
dat de brute wolkenstorm zich van hoog
meedogend over haar slankheid henen boog
haar windzorgelijk kuste,
de blanke blaadjes streek om zich te lusten
eerbiedig in haar maagdelijkheid te rusten.
Tot hij door wervelkringen meegezogen
haar, weg van stoute winden, gaaf achterliet.
Hoog boven ‘t laatste wiegen van de bomen,
zag ze, als begeleiding voor een zoet avondlied,
vol dank een kleurrijke boog neerkomen.
Zie ook: https://robertbaekenschrijver.blogspot.com/
Schrijver: Robert Baeken
25 januari 2026
Geplaatst in de categorie: natuur

Er zijn nog geen reacties op deze inzending. Schrijf de eerste reactie!