Hoopvol
Ik hoop dat je stilte vindt
die je hart niet verstrikt.
Dat je een stukje paradijs voelt
terwijl mijn aanwezigheid langzaam oplost.
Je voeten drukken plassen
die zich vastbijten in de aarde.
De lucht hangt laag,
zwaar van onvertelde woorden.
Een tak krast als een nagel
over de huid van de wereld,
een vogel glijdt weg zonder terug te kijken.
Ik blijf staan,
rek me uit in de kou,
voel iets breken waar ik niet bij kan.
Als jij verdwijnt achter de horizon,
blijft er alleen een trilling
die niemand opmerkt.
20 maart 2026
Geplaatst in de categorie: afscheid

Er zijn 4 reacties op deze inzending:
Mooi hoe je dat leest.
Dat afscheid blijft inderdaad ergens hangen,
alsof het nog niet helemaal mag gebeuren.
De vogel zit voor mij ook in dat moment
van weggaan zonder terugblik.
En die plassen…
die hoeven voor mij niets te verbinden.
Soms bewegen beelden naast elkaar,
zoals iets dat al aan het verdwijnen is
zonder dat het echt weg is.
Het krassen van een nagel over de huid van de wereld (lees: de ik-figuur?) is een direct voelen van een sensitiviteit van het verlaten, verbreken, het afscheid, als het moment van het verliezen van contact (verwoord in de vogel).
Jammer dat ik het drukken van die voeten tot plassen niet met deze vogel kan rijmen...of zou zij nog terug kunnen keren, in het natte seizoen?
***
terwijl mijn aanwezigheid langzaam oplost.'
Wie verdwijnt er nou eigenlijk?
hoe je het begrip 'hoopvol' uitkleedt
tot er slechts een (t)rilling overblijft
die niemand opmerkt.