Brief aan de ontdekkers - I
Op aanlandige wind
sprongen we slootjes,
smeerden groene vlekken
op blote knieën,
water sijpelde in blauwe regenlaarzen,
slurpten chocomel onder de brug.
We schuilden voor het zwellend wolkendek
leunend tegen de Romeinse muur.
De lauwe middag vergleed,
overschreeuwd door Usipeten,
achter eindeloos lokkende queesten.
Met handen geboeid, op onze rug
volgden we vluchtende paardenbloemen.
In het mulle zand staken we twijgen
verdedigden met smeulend vuur –
roerden met ganzenveren in de as.
24 maart 2026
Geplaatst in de categorie: taal

Er zijn 6 reacties op deze inzending:
blijven voor altijd zichtbaar...
Roja, je hebt zeker gelijk! Dank voor het roeren met de ganzeveer.
Stoker, dank voor je interesse in de geschiedenis: Usipeten, Trencteri, Menapiërs en Romeinen...allen droomden van een plekje aan de Rijndelta. Er verandert niet zoveel.
Nathan, je hebt gelijk, er is zo veel meer dan lauwe chocomel....
Sluit me aan bij Nathans analyse, zelf moest ik bij herlezing denken aan de Romereis op het gym.
Maar dat is puur subjectief...
Ben benieuwd naar de volgende episode(n)!
Er zit iets onschuldigs in, maar ook iets dat al verder kijkt. Die “queesten”, die Usipeten — het spel wordt groter dan het is. Soms voelt dat bijna te groot voor de eenvoud van de rest, maar het geeft ook die drang om te ontsnappen.
Het voelt als begin. Nog niet gebroken. Maar het zit er al onder.
Wat lijkt te beginnen als jeugdherinnering, eindigt in
een bloederige strijd wat een 'vergeten' geschiedenis
blijkt. I'm very impressed.
*****