Brief aan de ontdekkers - III
Als we inwaarts stromen,
twintig vingers in één hand
verschuiven kiezeldromen
lippen strijken door mijn haren.
Onder kruiend ijs
liggen wij wang-aan-wang
zoeken het koren bij de bron.
De paarden zijn gestald,
vreemde volkeren uitgebeend,
is het psalmenlied versteend –
het processiepad verworden
tot een uitlaatplek voor honden.
Laat goden samenscholen
als oude wijzen spreken
Waar hoop verzonken ligt
en de dam verdronken,
kruipen we langs gebarsten klei
uit het riet omhoog.
28 maart 2026
Geplaatst in de categorie: maatschappij

Er zijn nog geen reacties op deze inzending. Schrijf de eerste reactie!