Mens sana
De geest maalt onverdroten dag
en nacht
somwijlen vrij van boei bevrijd van kluister
geknecht in dwangbuis doch vitaal doorlucht
wakend of in droom en slaap beneveld
De geest waart buiten wil van
het skelet
en armatuur van volatiele ribben
onder de thorax van zijn fiere tors
danwel haar pronkjuwelen bast en schors
waar spieren soepel doorgaans sterk en stevig
doch meegaand en meebuigend zich betonen
daar waart de wil in stilte van de geest
die onderhuids zich schuilhoudt nog het meest
in nerven en dendrieten en axonen
als stille dochters en volwassenen zonen
zich onderscheidend van
extremiteiten
die 't corpus dragen door voort te bewegen
niet achterwaarts - daarop rust vloek, geen zegen
wanneer de oude wonden openrijten
verleden doet het heden opensplijten
... Mens sana in corpore sano (Lat.):
een gezonde geest in een gezond lichaam (voor wie het nog niet of niet meer wist: Juvenalis, Satirae 10, 356, las ik)
In een van de reacties bij een of ander netgedicht alhier beweerde een van onze collega's dat moeilijke woorden (hoe mooi klinkend ook) nog geen gedicht maken.
Daar had hij of zij inderdaad een punt. Maar niet gescoord, want schöne Worte zijn veelal meer de moeite waard dan het vreselijk ergerlijk droefstemmend egogeneuzel in alledaagse rechttoe rechtaan spreektaal of chaotische taalbouwstaketsels waar geen hond een touw aan vast kan knopen.
Mijn advies:
Meer lezen, minder schrijven.
Dan komt de echte goede Dichter in jou en mij pas bovendrijven!
Dit was mijn Urbi et Orbi...
en nu: Aan de slag! ...
Geplaatst in de categorie: lichaam

Er zijn nog geen reacties op deze inzending. Schrijf de eerste reactie!