‘Aperta, Kyparissos!’
Aan die ene boom zag ik ooit gewoon de onschuld
hangen, als dat laatste blaadje vergeten om te vallen
klaar voor het nieuwe licht van die aangebroken lente
de wind verried iedere aanwezigheid, een verijdeld takje
met gemak waargenomen, liet het hert stoppen, mijn hart
sneller kloppen, we konden gelukkig zijn.
Als wolvenkind gebonden aan de verrukkelijke jacht
bracht ik dagen door in doornstruiken, brandend in de zon
geklommen of hoogstaand duikelend over de einder
ik dacht aan zijn gewei, ons vrije leven, de onmisbaarheid
van lucht, adem als een gegeven, toen in mijn beleving
het onbekende verscheen op speerworpafstand.
Mijn hand greep, als meerdere eerdere keren, instinctief
de juiste stand om deze prooi te vangen, tussen jonge bla’ren
en die ene van vorig jaar, stond mijn avondeten klaar
de honger van mijn ogen bedroog mijn heldere blik
aan scherpte van de focus, of de speerpunt, ontbrak niks
noch kon de ontluikende lente een uitgestoken hand bieden
tegen dit kiene precisiewerk. Het zwerk viel daar exact
samen met de compactheid van de kracht van verdriet
de opwellende wolken, losbarstende donder, flitsen
van onze dromen, getroffen in het hart, van mijn geliefde
hert droop het bloed door mijn ziedende handen, waanzin
kwam reeds naderbij, ik zag zijn gewei, ons voorbije leven
de onmisbaarheid van lucht. Wat eerst nog tragisch klonk
als zucht in de verte, begon vormen aan te nemen
van Apollinische proporties, in zijn zweem van driestheid
ik zou geheid aansterken als hij mij liefhebben mocht
als ongebreidelde fantasie, mijn dierbare hert gestorven
de precisie werd hem teveel, mijn strot vulde zich
met vergulde tranen, onder die ene boom
waar ik ooit gewoon de onschuld hangen zag.
... ..voor de leesbaarheid heb ik de vorm aangepast..
versie 3: 8-8-26 ...
10 april 2026
Geplaatst in de categorie: liefde

Er zijn nog geen reacties op deze inzending. Schrijf de eerste reactie!