De dichter
In de schaduw van woorden die niemand verstaat,
dwaalt hij langs lijnen waar het licht langzaam gaat.
De nacht hangt als dood in het ritselend riet,
hij dicht over liefde, maar bezingt het verdriet.
Elke kus is een asrest, een breekbaar verbond,
een bloedende herinnering, gekust op de mond.
De regen wist namen van de ramen vandaan,
alsof hij en de ander nooit hebben bestaan.
Het masker sluit nauw om het holle gelaat,
terwijl hij de as van zijn dromen verlaat.
Geen troost in de morgen, geen helende hand,
slechts letters van ijswind een stervend land.
11 juni 2026
Geplaatst in de categorie: actualiteit

Er zijn nog geen reacties op deze inzending. Schrijf de eerste reactie!