Bloed-Zon-Avond
O, het bloed ritselt en ziedt in de jonge borst,
het zingt een wild-luide vlammen-dorst!
Mijn hart brandt uit, o zie, het brandt wit-heet,
een vliegende bloem die van geen sterven weet,
een opaal-vlinderend, levend licht-ding,
dat door de grote, gouden tropenzon ging.
En het licht goud-regent, het stroomt en het stort,
totdat het levende spectrum moe en donker wordt.
Als de grijze verstands-mannen komen met hun dorre ogen,
dan heeft de ziel haar vleugels al dichtgebogen,
dan ligt zij vaal-stil, een vermolmd klein stukje zon,
verstopt in de mimicry waar de wereld mee begon.
Dan praat ik deeglijk-wijs, ja, grijs-gewichtig-rond,
terwijl de diepe ziel de stille vrede vond.
Want kijk! De avond zijgt, de avond zijgt als zegen,
over de heide-weiden en de donkerende wegen.
De verte nadert onhoorbaar-zacht,
een blauwend-bladerige, stille vredenacht.
En de hemel, de grote, blauwe, levende hemel daarboven,
is wijd over de stomme aarde heen-gebogen,
en zoent haar wellustig-mooi, zoent haar zacht,
in de diepe, zwijgende eenzaamheid van de nacht.
O, eindeloos verbloeden in die zuivere pijn,
om de lamp van de grote, blije Liefde te zijn!
16 juni 2026
Geplaatst in de categorie: natuur

Er zijn nog geen reacties op deze inzending. Schrijf de eerste reactie!