Altijd onderweg
De straatstenen glanzen koud en kaal
onder de bleke, vroege ochtendzon
met opgezette kraag loopt hij voorbij
aan de ontwaakte gevels van de stad
zijn voeten kennen blindelings de weg
weg van de warmte die hij net bezat
de smaak van slapeloosheid in de mond
weegt zwaarder dan de tas aan zijn hand
op het perron herhaalt de film zich stil
in het kille glas van de treinwagon
ziet hij de handdruk die de droom verbrak
terwijl de trein hem verder met zich meeneemt
naar de pikorde van een plichtsgetrouw bestaan
waar pure liefde weer een geheim moet zijn.
De vroege trein snijdt door de grijze mist
als een machine zonder enig gevoel
hij zit alleen op een bankje achterin
en staart verdwaasd naar zijn eigen handen
die zojuist nog een ander lichaam kenden
de geur van lust hangt nog in zijn jas
een zoete smokkelwaar uit de kamer
die hij nu haastig moet verbergen
voor de blikken van de vroege pendelaars
zijn telefoon blijft donker in zijn zak
de waarheid reist met hem mee terug
naar het kantoor, de burgerplicht, de sleur
een anonieme schim in het niemandsland
die stiekem hunkert naar de schemering.
20 juli 2026
Geplaatst in de categorie: reizen

Er zijn 2 reacties op deze inzending:
de tekst voelt zo natuurlijk
zo vanzelfsprekend, dat het lijkt
dat ik het eerder heb gelezen
maar wellicht is dat slechts
omdat het zo ondubbelzinnig goed is
als je dit daadwerkelijk
helemaal zelf hebt geschreven
heb je het gedicht van je leven uitgebracht