Het taalbolwerk van Adrianus
De nacht ademt herfst en natte bladeren,
wanneer hij zijn intrek neemt in de taal.
Adrianus bouwt uit lettergrepen
zijn eigen, overkoepelend verhaal.
Vanuit het bolwerk van de filosofie
kijkt hij naar de binnentuinen van de geest,
waar de gedachten als schimmen dwalen,
alsof er nooit een grens is geweest.
Hij zweeft transcendentaal boven de materie,
een koorddanser tussen vervreemding en concept.
Maar in de stilte groeit het vitalisme
van de angst die hij zelf heeft gewekt.
Geen existentie biedt hem nog een antwoord,
het individu staat wezenloos alleen.
Geen loze klank verlaat zijn lippen,
geen zangoefening klinkt door de muren heen.
Soms hangt hij in een spagaat aan het plafond,
terwijl zijn spieren trillen van de pijn.
Zijn geest protesteert tegen de leegte,
tegen het dwingende dictaat van het zijn.
Daar, in het uiterste en diepste duister,
beweert de denker wat geen mens verwacht:
met de laatste krachten van zijn wezen
het tegendeel van de zwaartekracht.
4 september 2026
Geplaatst in de categorie: overig

Er zijn nog geen reacties op deze inzending. Schrijf de eerste reactie!