Den Tijdtgaenger
Ick was een wijle in ruste.
Toen een gefluuster
langhs mijne ooren streek, ende zeide:
"Gaot ghij mit mij mede,
mit mij mede,
zomaar,
vlieghende vlieden?"
Wonderlijck was't
dat het mij
mit vergankelijckheit suste.
Ick en wist nie
dat het den Gheest was
die zichzelven
vaarwel kuste.
Gelijk een schaduw
die van den avond
gheen droefenis verlangt.
Gelijk een vogel
die den hemel nie behoeft te bezitten,
mer slechts
deur heur te gaon.
En daor verstond ick ten langen leste,
dat vergaon gheen vijand is,
wanneer den Gheest zich stil verwijdert
en noch een kus achterlaot
op den rand der tijd.
... juliaanse taal ...
Schrijver: julius dreyfsandt zu schlamm, 6 november 2026Geplaatst in de categorie: spiritueel

Er zijn nog geen reacties op deze inzending. Schrijf de eerste reactie!