inloggen
voeg je netgedicht toe

Netgedichten

netgedicht (nr. 1.704):

James

Toon me niet, ik breng de nacht door
in schelpen, de parel in mijn rug en alleen
de vloed van kokkels en het kleur van hun behagen
stemt mij. Verfoei me niet, ik ben hun prins.

Ik heb een stad in mij en van de liefste der dingen
kijk ik door haar heen. Licht is mijn dochter, ze
smaakt zout en zoet. Ze licht mij op, maar ze heeft
mij in de hand en ik ben haar wil genadig.

Niet zoals de gladde enkels op het strand en
het verstuiven van de rokken aan haar schoot ;
De zwarte vogel die er landt ligt aan haar
voetjes. Ik druk mijn mond in haar spoor, ik verzand.

De spiegel zegt James, maar achter elk oog
heet ik anders. Tot op het bot besterf ik het.
Ik overwinter dag na dag en drink met hem mee :
het beest heet de dood, zijn gevolg is gedwee.

Ach, enkel het doek valt, het spel gaat door.
Ik trek de knekels aan en zijn domme kop.
Ik klim op zijn troon tot die het begeeft.

[naar James Ensor]

Schrijver: Oliver, 14 februari 2003


Geplaatst in de categorie: overig

4.0 met 13 stemmen aantal keer bekeken 556

Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)