inloggen
voeg je netgedicht toe dichtwoordenboek

tabblad: netgedichten

< vorige | alles | volgende >

netgedicht (nr. 55808):

De mot

Ik ben geen vlinder, ben maar een mot,
kleurloos en teer, geen schild, geen bot.
Niemand ontroerd, toen ik was opgedroogd,
niet naar vreugde, maar naar vuur vloog:
niet geliefd als een vlinder, maar bespot.

Ik ben geen vlinder, ik ben maar een mot.
Maar met een lijfje zo trots,
vergeet ik dat ik een vlinder had kunnen zijn.
Want dat voelt niet erg, daarvoor ben ik te klein.
Ik leef in betoverend kortstondig genot.

Opgaan in vlammen is eigen, mijn ondergang.
Maar wat kan ik, dronken van de drang?
Alles wat doet voelen is honger, dus drink ik de pijn.
En misschien wordt een mottige ziel zo rein
als ik levend veras, wat ik verlang.

Beantwoorde liefde is zoet, verraadt niet:
zo zingt een mot zijn stervenslied.
Vliegt van licht naar licht in de val,
ik omarm al wat mij doden zal.
Slechts een eenzame toeschouwer kent verdriet.

Helderlicht, verbrand me als ik beef,
en verteer me en alles wat ik geef:
en het verlamt, maakt blind van staar,
maakt gek, maar een mot denkt niet na
en denkt alleen: ik leef.

En ik leef, al ben ik een eigenlijk allang vergaan.
Maar nog niet genoeg, nog niet voldaan
want de warmte is te kort, te koud.
Nu ben ik te hebberig, en maak de fout
en draai me om, en zie haar staan,

ik kijk, en ik vrees, dat ik nu teveel begeer.
Want op dit licht kijken alle andere neer.
Ik kom dichter- maar de zon brandt te fel,
dan brandt het mijn hart, onder mijn vel:
dan stort ik neer.

Maar een mot sterft slechts een kleine dood,
landt liefdevol in zijn moeders schoot.


Zie ook: https://waerbestubleven.wordpress.com/

Schrijver: Wbb, 20 feb. 2015


Geplaatst in de categorie: dieren

3,0 met 2 stemmen 148



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)