Tussen het fietspad en het verleden
Een ommetje,
voor een teckel die traag de tijd meet
in plassen en geuren van gisteren.
Een vrouw,
laverend tussen dozen en herinneringen,
ademt de avondlucht alsof het hoop is.
En dan—
een glimp, een gezicht
dat niet meer in haar heden hoort.
De psychiater.
Zijn naam, een sleutel
naar een deur die nooit dichtviel.
Ze groet,
woorden als dun ijs
onder voeten die niet weten
of ze willen breken of dragen.
Twee stemmen zoeken toon,
beleefd, gewapend met zinnen
die niet zeggen wat ze dragen.
Maar dan—
één zin, onverwacht, onbewapend:
“Ik zou er nog wel eens over willen praten.”
Hij antwoordt,
zonder haperen,
en opeens is er ruimte
tussen schuld en stilte,
tussen fietspad en verleden.
De teckel plast.
Het leven gaat gewoon verder.
Maar iets in haar ademt weer.
... De aanleiding van het gedicht is een onverwachte ontmoeting tijdens een simpel avondwandelingetje: een moeder, die haar zoon heeft verloren, kruist op het fietspad het pad van de voormalige psychiater van die zoon. Wat een kort praatje lijkt, opent een deur naar onverwerkt verdriet en de behoefte om alsnog samen terug te kijken op “wat er toen gebeurd is”. ...
Zie ook: http://www.deoverkant.wordpress.com/
Schrijver: Peter Paul J. Doodkorte
30 augustus 2025
Geplaatst in de categorie: emoties