inloggen
voeg je netgedicht toe

Netgedichten

netgedicht (nr. 88.008):

‘Een lotgeval’

heilige verlangens naar onbereikbare liefde
gewond, licht dooft wijl Orpheus afdaalt
naar de onderwereld in het zicht van Charon

in de lichtstraal houdt zij een witte duif van hoop vast
maar de plek die hij betreedt kan omgekeerd zijn
of een weerspiegeling van wat verschijnt

liefde voor de onbereikbare verheft zich
in die van de vader voor zijn dochter
die als vrouw even onbereikbaar is

een gedicht van de arts waarin diens eigen begrafenis
de kern is, de dood en de romantische liefde verenigd
één persoon die Laura redden moet, zij

het tegengestelde van de gedroomde, geobsedeerd
door haar kinderwens, zonder gevoel
zij de koele berekening, hij de genenbank

de man in het zwart die hem naar de kelder brengt
als hij weer naar boven gaat, krijgt hij ademnood
‘overal loert gevaar’, operettemuziek, extremen

liefde en liefdeloosheid, geluk dat hij bij anderen ziet
ongeluk dat hij zelf ervaart, droom en werkelijkheid
vroeger en nu, hoop en wanhoop

hij vangt een vlieg, symbolisch
voor dood en herinnering, brengt haar
op gruw’lijke wijze aan een einde

de veerman daalt opnieuw met hem af
waar zij opgebaard ligt, alsof hij zich
in ‘inktzwart water’ bevindt

zwarte vogels strijken neer, van wroeging
biecht hij op zijn muur te hebben gesloopt
alsof hij een stukje vertrouwen vindt bij de dood

op het kerkhof treft hij niemand
de graven lijken verdwenen
er is geen sprake van een begrafenis

immer nog in de tuin van de kliniek
alsof hij boven de tijd uitstijgt, en
‘volstroomt met wat misschien wel volwassenheid heet’

de helletocht is doorgemaakt
het vermoeden dat Laura niet gestorven is
maar de herinnering aan het zuivere

Schrijver: J.v.d.S., 17 januari 2026


Geplaatst in de categorie: literatuur

2.7 met 3 stemmen aantal keer bekeken 20

Er zijn nog geen reacties op deze inzending. Schrijf de eerste reactie!

reageer Geef je reactie op deze inzending: