Veronderstelling
De jongen huilt niet.
Verlies veronderstelt bezit.
Hij huilt om wat nooit begon:
een hand die nooit bleef,
een blik die nooit zei
dat hij genoeg was.
In hotelkamers
met gordijnen die niet sluiten
leert hij zwijgen.
Niet uit gehoorzaamheid,
maar omdat stilte
de enige veilige plek is
waar hij kan wonen.
Lichamen die passeren
als etalages,
woorden die blijven hangen
alsof ze thuishoren
in een kinderhoofd.
Hij leert dat aanrakingen
korter duren dan adem,
dat woorden verdwalen
nog voor ze aankomen,
dat liefde soms slechts
een echo is
van wat hij nooit kreeg.
En toch beweegt hij voort,
tussen kamers en schaduwen,
met een hart dat langzaam
leert wat overleven betekent:
niet vasthouden,
maar blijven.
Hij huilt niet.
Hij observeert.
Hij onthoudt.
Hij groeit.
9 februari 2026
Geplaatst in de categorie: psychologie

Er zijn 11 reacties op deze inzending:
Op een aangename toon, toegankelijk ook voor de auteur in kwestie, denk ik.
Zonder al te opdringerig te willen zijn zou ik je willen wijzen op overeenkomsten met zijn 56 eerder verschenen poëmen alhier...
wat er zou kunnen afspelen in het hotel.
Daar ligt de kracht van een gedicht.
Er is de boodschap en er is de vorm. De boodschap: de emotioneel verwaarloosde jongen die moet zien te overleven, lijkt bij veel mensen wel aan te slaan, gezien de reacties. De vorm heb ik wel wat (hopelijk opbouwende) kritiek op.
1. De jongen huilt niet. Verlies vooronderstelt bezit.
Ok, maar dan in regel drie:
‘hij huilt om wat nooit begon’.
Hij huilt dus wel? Je kan inderdaad behoorlijk huilen om iets wat je juist nooit gehad hebt. Maar goed.
2. De beelden die de ‘emotionele verwaarlozing en zijn effecten’, zo zal ik het maar even noemen, moeten illustreren:
‘een hand die nooit bleef,
een blik die nooit zei
dat hij genoeg was.’
Ok, wel behoorlijk voor de hand liggende beelden: gebrek aan knuffels, gebrek aan goedkeuring door dit min of meer letterlijk te zeggen.
‘In hotelkamers
met gordijnen die niet sluiten
leert hij zwijgen.’
Ik weet niet wat ‘gordijnen die niet sluiten’ precies moet illustreren. Dat kan aan mij liggen, maar dat lijkt me eerder een decoratie-probleem van dit specifieke hotel dan dat ik het op een of andere manier met (emotionele) verwaarlozing of andere ellende associeer. Misschien wijst het op een smoezelige, goedkope hotelkamer?
Dan zijn daar denk ik wel betere beelden voor te bedenken.
‘Niet uit gehoorzaamheid,
maar omdat stilte
de enige veilige plek is
waar hij kan wonen.’
Niet onaardig en in lijn met het thema.
‘
Lichamen die passeren
als etalages,
woorden die blijven hangen
alsof ze thuishoren
in een kinderhoofd.’
Ik heb moeite met die ‘lichamen die passeren als etalages’. Moet dat niet zijn ‘als in een etalage’? Of ‘als paspoppen’? Passerende etalages is een vreemde metafoor. Door de etalages krijg ik wel de associatie met prostitutie, een kind ergens in een peeskamertje? Met die slecht sluitende gordijnen? Dat wordt enigszins versterkt door:
‘woorden die blijven hangen
alsof ze thuishoren
in een kinderhoofd.’
Wat de suggestie wekt van een kind dat dingen te horen krijgt waar hij nog veel te jong voor is, seksuele dingen? Het is me allemaal echter nog steeds wat te vaag, ik zie er geen duidelijke beelden bij.
De rest van het gedicht vind ik vooral veel ‘tell’ in plaats van ‘show’: letterlijk benoemen van verwaarlozing, eenzaamheid, jezelf in overlevingsstand zetten etc.
Samenvattend sluit ik me aan bij Sildarius met zijn ‘lege, betegelde kamer’. Er zit een idee in, en er zitten wat beelden in, maar het kan allemaal nog veel en veel strakker, beeldender en origineler. Niet dat dit per se hoeft, als je gewoon iets van je af wil schrijven is dit prima. Wil je echter echt een sterk gedicht maken, dan zou mijn advies zijn: slijpen, slijpen, slijpen.
De te voor de hand liggende beelden eruit halen. Het ‘beeldverhaal’ concreter maken, laat maar zien wat dat arme joch allemaal voor ellende meemaakt in die hotelkamer, als slecht passende gordijnen het ergste zijn valt het allemaal wel mee. Benoem die woorden maar die in zijn jongenshoofdje blijven ronddraaien, woorden waar hij nog veel te jong voor is. En eindig bijvoorbeeld met een beeldende uitsmijter, waar dit op volwassen leeftijd allemaal toe heeft geleid, in plaats van letterlijk te herhalen wat er in het voorgaande al staat.
Hij observeert zeg je, hij zwijgt, zeg je, maar toont geen initiatief, geen enkel teken van leven, lijkt het wel.
Wat is dit voor android, Nathan?
Je vraag raakt precies
waar het voor mij schuurt.
Voor mij brengt de hij-figuur geen moed op in klassieke zin. Er is geen beslissing, geen “ervoor gaan”.
Hij beweegt voort omdat stilvallen geen optie is die hij kent.
Het zwijgen, het observeren, het onthouden — dat zijn geen stappen vooruit, maar manieren om niet te verdwijnen. Overleven is hier geen daad, maar een toestand.
Misschien is dat ook waarom hij niet huilt: niet uit kracht, maar omdat huilen al een vorm van bezit zou veronderstellen. En dat bezit heeft hij nooit geleerd.
Laten we beginnen met de veronderstelling dat de titel ook tevens de lading dekt.
Stel dat dat hij uit alle gemis, aan liefde en aan bevestiging dat je er mag zijn - als zoon, als mens, als minnaar - en aan woorden die wel geuit worden maar hun doel voorbijschieten, hun intenties niet beklijven, waardoor hem kennelijk niets anders rest dan te zwijgen...
dan rest toch de vraag hoe de hij-figuur in dit gedicht de moed opbrengt om voort te gaan in dit schimmige nomadebestaan...
Een analyse, bedoeld als vraag, Nathan, gebaseerd op een interpretatie van jouw eigen 'Veronderstelling'...
Hij huilt om wat nooit begon: een hand die nooit
bleef, een blik die nooit zei dat hij genoeg was.
In hotelkamers met gordijnen die niet sluiten leert
hij zwijgen. Niet uit gehoorzaamheid, maar omdat
stilte de enige veilige plek is waar hij kan wonen.
Lichamen die passeren als etalages, woorden die
blijven hangen alsof ze thuishoren in een kinderhoofd.
Hij leert dat aanrakingen korter duren dan adem dat
woorden verdwalen nog voor ze aankomen, dat liefde
soms slechts een echo is van wat hij nooit kreeg.
En toch beweegt hij voort, tussen kamers en schaduwen,
met een hart dat langzaam leert wat overleven betekent:
niet vasthouden, maar blijven.
Hij huilt niet. Hij observeert. Hij onthoudt. Hij groeit.
hechting, een vorm van bezit?