Haltes
In statonshal noemt
slecht verzorgde man
mamma mij, wil geld
nee, zeg ik en loop door
waarom ‘k me zo reageren hoor?
vraag ‘k me,
loop naar kiosk
koop voor hem muesli bollen
Terug in hal is hij weg weer,
buiten, ‘k wil bijna hem achterna
Plots, ander voor me neus,
met ansichtkaart in cellofaan
‘k bied hem de muesli bollen aan
Hij schudt beleefd nee met hoofd,
wil geld voor kaarten,
‘k weiger
‘k Zie vriendin met wie ‘k wandelen ga
We kijken nog naar eerste man,
die buiten Aziaat aanspreekt
net lijken zij bevriend
hij leidt hem naar de bank en pin
‘k zie twijfel bij de Aziaat
die rechtsom keert
In bus kijken we naar de chauffeur,
misschien Zuid Amerikaan
die draait aan ‘t stuur,
praat met mobieltje hele tijd
In Marknesse de overstap
waar busje zonder nummer staat
We wachten wat en kijken hoe het,
stil, toch motor draait
wij in de uitlaatgas
Vriendin die vraagt chauffeur
of dit ons nummer is,
ja! zegt hij,
Fijn! die willen wij,
Ja maar die moet gereserveerd zegt hij
Bij deze doen we dat, zeg ik
Verbluft kijkt hij me aan,
hoe ‘k durf!
Terwijl er niemand in zijn bus,
Laat ons binnen, toch, alsof ‘t een gunst
Hij lijkt afkomstig uit Iran
en wijst me op het bord
de kleine letters van RRR
Ik zeg: de motor staat maar aan,
en stil
Ja koud, zegt hij
Nu rijden wij, twee passagiers
tussen kassen, verlicht de hele rij
Dan ergens bij een halte staat een man
buitenlands,
de trein, vraagt hij
Ja waar is trein hier,
in dit niemandsland, denk ik
Chauffeur wijst hem de halte
aan de overkant
We komen aan in Ossenzijl
waar we ‘t Zuiderzee pad
weer verdergaan
het regent en we worden nat,
vooral ‘t boekje, gids,
niet passend in mijn zak
Langs weilanden en
witte ganzen lopen we
en kuddes schapen,
die grijs en dik de vacht
als mensen zijn zij of wij als hen, Waarom, vraag jij
‘t Staat in de bijbel ergens
en tijdens Covid merkte je ’t
Nu veel veen en pollen riet,
en plassen
we letten niet goed op
geen tekens meer
want ik vertelde over man
die Jezus denkt te zijn
Dan hulp van google map
Stukje nu terug,
stijfheid, natheid
stijgt met elke stap
Eindelijk kerk en kerkhof
Munneke komt van monniken
Een R van rustpunt ook
We zitten in een Pipo hut,
waar alles in, als voor een heel gezin
en rusten wat, we eten wat
Dan naar halte van de bus
Nu niet de enigen
en praten met mensen
die van hier: Weerribben
In Wolvega de trein
Tot slot in mijn stad
trakteer je m’ op overvloedig eten
voor jouw verjaardag, Valentijn
en denk ‘k hoe fijn met jou altijd,
maar ook aan hoe de dag begon
aan de ontheemden
Die nacht slecht kunnen slapen
vanwege kramp in benen,
en last van maag
door dorstig, gulzig
kouds gedronken
na ‘t kruidig eten
Geplaatst in de categorie: maatschappij

Er zijn nog geen reacties op deze inzending. Schrijf de eerste reactie!