Aandacht
Je zegt dat drank mijn tong scherpt,
dat ik snij waar ik streel.
Vanavond zit ik tegenover je
met een glas dat zweet in mijn hand.
Ik lachte luid.
Ik raak je knie onder tafel
alsof het per ongeluk is.
Even later buig ik naar je toe
alsof ik iets geheims vertel.
“Je bent het mooiste wat ik ken.”
Het komt uit dezelfde mond.
Dezelfde hitte.
Mijn aandacht ligt op je
als asfalt in de zon—
kleverig, zwart, niet los te trekken.
Je zoekt stilte.
Ik zet muziek op.
Je wil slapen.
Ik begin opnieuw.
We praten tot de ramen blauw worden.
De nacht is dun.
Woorden over elkaar heen
alsof zwijgen dodelijk is.
We hebben het over vertrekken.
Een huurauto.
Noorden.
Rijden tot de tank leeg is.
Ik kijk naar je handen
wanneer je denkt dat ik niet kijk.
Ik denk aan je.
Ik wil je ook.
Ik zou voor jou vallen.
Ik zeg het niet altijd hardop.
Soms herhaal ik het
tegen het plafond.
Zestig keer schreef ik mijn naam
onder iets wat pijn deed.
Vandaag schrijf ik niets.
Ik zit hier.
Met mijn glas.
Met mijn ogen op jou.
Ongevraagd.
Onontkoombaar.
28 februari 2026
Geplaatst in de categorie: emoties

Er is 1 reactie op deze inzending: