inloggen
voeg je netgedicht toe

Netgedichten

netgedicht (nr. 88.540):

Dageraadsfluister

Waar de horizon nog slaapt in grijze wolkenmantels dik,
kust de dauw de halmen met een kus zo koel en teer.
De aarde ademt langzaam, geur van vocht en mos verspreidt,
en in die stilte hoor ik ‘t hart van ‘t land dat klopt als ‘t mijne.
Dan stijgt een kraai op, zwart als inkt uit oude boeken,
zijn vleugelslag een trommelroep die ‘t duister doet verjagen.

Maar zie, het licht sluipt nader, niet als held’re stralenregen,
doch als een dief met gouden vingers, tastend langs de rand.
Het raakt de rivier aan, maakt ‘t water tot een spiegel van vuur,
en weerspiegelt wolken die verdwijnen als vergeten dromen.
De bloemen openen zich traag, hun kelken vol van nachtdauw,
en drinken gulzig ‘t goud dat valt, als was het levenssap.

O, hoe verrast mij dit: het licht onthult niet slechts de wereld,
maar graaft in mij een put van weemoed, diep en donkerblauw.
Wat ik zocht in ‘t morgenrood, is ‘t afscheid van de nacht,
en in die schemering ontdek ik ‘t eigen ik, zo klein en groot.
De wind draagt geuren mee van verre velden, onbekend,
en fluistert namen die ik dacht vergeten, nu weer levend.

Toch, in dit breken van de dag, ontwaakt een stille hoop,
als zaadje in de grond dat wacht op regen en op zon.
De vogels zingen nu in koor, een melodie zo oud als tijd,
die zegt: alles keert weer, al is ‘t nooit hetzelfde meer.
En zo sta ik daar, tussen licht en schaduw in balans,
met hart dat klopt in cadans met ‘t heelal dat ademt mee.


Zie ook: https://www.tikzin.be

Schrijver: piewan
5 maart 2026


Geplaatst in de categorie: algemeen

2.0 met 1 stemmen aantal keer bekeken 16

Er zijn nog geen reacties op deze inzending. Schrijf de eerste reactie!

reageer Geef je reactie op deze inzending: