Lamot, bevlekt met regen
De maan hangt als een gebruikt servet
boven de daken van het Lamot,
bevlekt met regen die nooit opdroogt
en ik lig hier, een ei dat nooit brak,
tumble tumble naar beneden
in de smalle kloof tussen jou en de afgrond
mijn moeder noemde me een geschenk
maar vergat de naam
zoals de wind vergeet waar hij de botten liet
van alle vrouwen die vóór mij stierven
in kamers zonder slot
met open ramen naar een stad die ademt als een jaguar
ik draag drie horren tegelijk
alsof ik de hemel moet buitenhouden
de man op straat zei: nu ben jij als een god
maar goden bloeden niet
goden huilen niet als de camera faalt
en het scherm leeg blijft
behalve een deuk in de bank
waar twee lichamen ooit pasten
tot ze niet meer pasten
toen ik rende door de glazen tunnels van de nacht
zag ik chocolade Vrijheidsbeelden smelten
in de mond van de Schelde
ze smaakten naar roest en vergeten beloften
ik schrijf je naam in de aanslag op het raam
maar de letters glijden omlaag
als tranen die te dik zijn om te vallen
ik snijd mezelf open met een woord
geen mes, maar een stilte
die opensplijt wat nooit heel was
daaruit komt geen kind
maar een rivier van alle moeders
die hun eigen navelstreng doorsneden
om vrij te zijn
ze drijven nu in mij
met natte haren, open monden
ze fluisteren door mijn longen:
ren
ren
ren
zelfs als de bergen je naam al hebben ingeslikt
zelfs als de wind je gezicht heeft gestolen
zelfs als de maan alleen nog maar een natte doek is
ik rijs op
als stof dat brandt
als een ei dat eindelijk breekt
en uit de scherven komt geen vogel
maar een schreeuw die niemand ooit
zo naakt durfde te laten klinken
nog nooit
zo leeg
zo vol
zo dood
zo levend
als dit ogenblik in Amsterdam
waar de regen mij wast
en mij vuil maakt
tegelijk
10 maart 2026
Geplaatst in de categorie: actualiteit

Er zijn nog geen reacties op deze inzending. Schrijf de eerste reactie!