In ‘t Dal der Mariën
O, Gij goedgezinde zon, geklommen
boven nog kale bomen; haagbeuken
tunnelen een verleden met blijvend
blad; durven floreren in contradictie.
Moeder van de toehoorder, spreek
met mij, zo wij nader geraken tot
elkaar; deel uw smaak, uw verlies
in familiaire kring. Tel de ringen
van omgezaagde telgen, laat u zien;
basten en schorsen, geloste bla’ren,
denk de zware lasten voor uw ogen.
Woorden zijn als de wind, laat ze
ratelen door de takken; de vorken
op tafelhout. Messcherp en licht,
waar zij openhartig kraakte, daar,
doorgelicht In ‘t Dal der Mariën.
30 maart 2026
Geplaatst in de categorie: familie

Er is 1 reactie op deze inzending:
Moge uw stralen
de jaarringverhalen
zodanig verlichten
dat zij zelve
stralende jaarringen
worden...