mare concharum
Hoorde hij de schelpenzee door
zijn oor; ongeholpen luisterend
doet hij dat, mompelen; vergeef
de verhalen hun achtergronden.
Was zij de zonnebloem van verre
en of, boven zwevend de wolken
op de tijger haar rug: de bevrijder
van dromen voor deze eindigheid.
Gevallen was hij desalniettemin
knie- en kleedloos als kansarme
als stof in haar atomaire handen
in beklonken patroon geëindigd.
Hij zou vergeten bijna, zijn lief!
eeuwigdurend te hemelen, o, zij
die zweeft, verder dan zijn ogen
ooit verblindende stralen zagen.
Wat zij vermag te zijn: spoelend
hem, de kust, kussend het zand
schitteringen, schelpensnippers
zachtere eindeloosheid van licht.
... voor S.C. ...
Schrijver: R.E.N.S., 30 maart 2026Geplaatst in de categorie: liefde

Er zijn 2 reacties op deze inzending:
(bedankt Beau)
propter verborum
(voor je complimenten)
utrum aliis placeat
(of anderen in staat zijn het op waarde te schatten)
Ego vere spero sic
(ik denk het niet ;-)
Sensitief, op het bovenzinnelijke zintuigprikkelende af.
Gehoor en gezicht komen ruimschoots aan bod.
Halverwege meende ik een aangespoelde zwerver te bespeuren, een haveloze Odysseus met was in zijn oren en scheuren in zijn schapenvacht.
Moest door denken aan de onovertroffen Adriaan Roland Holst, Alleen met de zee; en andere zinsbegoochelende verzen tussen branding en duinenrand...