Afdak
We zaten onder het afdak
terwijl het bleef druppen
langs de rand van wat we hadden gezegd.
Woorden lagen open
tussen ons in—
kapotgeslagen zinnen
waar niemand nog doorheen kon lopen.
Jij keek opzij.
Ik naar de grond
waar water zich verzamelde
zonder te kiezen waarheen.
Iemand verderop lachte
alsof niets verschoven was.
Wij zeiden niets meer.
Alleen dat tikken—
regelmatig,
onverschillig.
Ik veegde een woord weg
met mijn mouw.
Het kwam terug
in een andere vorm.
We bleven zitten
alsof opstaan
iets definitief zou maken.
Onder het afdak
werd alles zachter.
Niet beter.
Maar het verdween
even niet.
24 april 2026
Geplaatst in de categorie: psychologie

Er zijn nog geen reacties op deze inzending. Schrijf de eerste reactie!