Zij, de machines
Hij zag het water, rook de aarde,
voelde de koelte van de wind
die vanuit het woud der sparren
naar hem toe kwam als een kind.
Met zulke eenvoudige woorden
zette hij zijn eerste schreden
op de groene-zeep-baan der poëzie,
vijf Venuscycli geleden.
In die vergane tijd vocht hij het uit
met een keur aan klassieke goden,
innemende nimfen en Sirenen,
de muzen om zijn tijd te doden;
hij goochelde met vele Grote Protagonisten,
verzon en googelde alterego’s en eega’s rond,
flirtte opzichtig met de toekomst en historie,
liet zien dat híj de Helikon én de Olympus beklom.
Zijn tong gymnastischer dan elke duivelse slang,
soepel kronkelend door eigen en/of allemans taal,
een bikkelharde beul als Verhoeven (of Bolle Jan?)
het verbale pronkstuk in een droevige fruitschaal;
geen molen die hij niet vroeg of laat op- en najoeg,
geen keizer liet hij in oorlog noch vrede slapen,
van Krommenie tot Kirgizië (hoofdstad Bisjkek)
sloeg hij toe onder de dekselse schapen.
Tot op een dag één zwart krulexemplaar
brutaal tussen de anderen stond te blaten,
die beweerde dat hij alles overstijgen kon
en als het moest, deed hij aan woordkarate.
Er werd nog wat gesmeten, losjes
uit wapperende polsjes, met zinnen,
maar het verbond was snel gesloten:
de queeste van yin en yang kon beginnen;
zij, de machines
gingen draaien.
... Zie
Tableau vivant
Pinkfloydiaans
of één van de andere 2500 (!) gedichten
door Max de Lussanet & co. ...
Geplaatst in de categorie: bedankt

Er zijn nog geen reacties op deze inzending. Schrijf de eerste reactie!