inloggen
voeg je netgedicht toe dichtwoordenboek

tabblad: netgedichten

< vorige | alles | volgende >

netgedicht (nr. 73377):

Steen

Aan de rand van mijn water
vind ik een steen.

Ik raap hem op,
houd hem in mijn handen;
zijn naam wordt me ingefluisterd.

Ik sluit mijn ogen en voel weer
de navelstreng die ons verbond
in het donker voor onze geboorte.

De steen brandt in mijn hand
en ik scheer hem weg –
negen keer ketst hij terug
en zinkt dan naar de bodem.

Ik word koud, kouder,
lig zelf daar in de diepte –
de bodem is onze rand van het leven
en ik kan je niet volgen,
ik wil je niet volgen, je juist terughalen,
maar jij kunt hier niet meer ademen.

Onze talen splitsen zich,
eigenlijk versta ik je niet meer,
komt jouw stem alleen nog als klank
voorbij de horizon, grens tussen onze pijn,

voorbij de waarneming van elkaar
en weet ik dat ik je moet laten leven
waar jij nu bent
en ik niet kan ademen.

Je waadt door de wateren van mijn ogen
weg naar jouw wereld en ik laat je gaan,
nu, voorbij mijn pijn.

Ik blijf hier zonder jou
(maar gelukkig niet alleen).

Mijn pijn blijft ook, woont in mij
als een tweede huid, verborgen
in mijn dagen die ik deel…
Ben ik voorbij jouw pijn?
Laat je mij ook gaan opdat ik leef,
(al zal ik nooit heel zijn)?
Ik deel mijn leven hier
nu ook met mijn vrouw.

Schrijver: John Loopstra, 19 jul. 2020


Geplaatst in de categorie: afscheid

2,0 met 1 stemmen 23



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)