inloggen
voeg je netgedicht toe

Netgedichten

netgedicht (nr. 87.813):

Waar nabijheid begint

Dakloze mensen dragen de winter
niet alleen op hun huid, maar in hun botten,
in de naden van hun dagen,
waar de kou geen ramen of deuren nodig heeft
om naar binnen te komen.

Er zijn nachten
waarin de wind geen weerbericht is, maar een oordeel.
Waar een bankje een bed wordt, karton een matras,
en een extra paar sokken het verschil maakt
tussen nog een dag volhouden
of langzaam verdwijnen
in een straat die geen naam van je weet.

Wie dakloos is, verliest niet alleen een adres,
maar ook een deel van zijn naam.
Je wordt ‘die man bij de supermarkt’,
‘die vrouw bij de brug’,
een contour aan de rand van iemands blikveld.
Mensen lopen om je heen
alsof jouw bestaan een plas is die ze niet willen raken.

En toch zijn er verhalen achter elke laag kleding,
hoe dun ook.
Een jeugd die ooit gewoon heette,
een eerste baan, een lief, een fout, een reeks pech,
een paar keuzes
die in een warm huis misschien te herstellen waren geweest.
Maar op straat echoot alles harder.

De winter is niet alleen koud,
hij is genadeloos eerlijk.
Hij vraagt niets,
maar legt alles bloot:
wie een jas heeft en wie niet,
wie reserves heeft en wie op is,
wie naar binnen mag
en wie wordt achtergelaten voor later,
of nooit.

Sokken.
Onderbroeken.
Woorden die in warme huiskamers
bijna achteloos klinken.
Maar buiten zijn het lijfelijke gebeden,
stukken stof tussen huid en ondergang.
Een droge onderbroek is waardigheid.
Warme sokken zijn niet minder dan een ja tegen morgen.


Soms buigt iemand zich naar je toe.
Een vrijwilliger met een tas,
een voorbijganger die blijft staan,
een hand die geeft zonder haast.
Dan verschuift de wereld een fractie.
Dan blijkt nabijheid niet alleen een woord in een folder,
maar een muts, een thermoskan,
een blik waarin geen oordeel woont.

Misschien begint rechtvaardigheid precies daar:
waar iemand niet vraagt
hoe het zo ver heeft kunnen komen,
maar of je nog iets droogs hebt om aan te trekken.
Waar hulp niet begint met formulieren,
maar met een paar sokken in de juiste maat.

Het zou een eenvoudige rekensom kunnen zijn:
genoeg warme kleding voor iedereen,
genoeg bedden,
genoeg veilige plekken.
Maar ergens tussen beleid en beton
verdwijnen mensen nog steeds in de marge.
En toch, elke keer als iemand zegt:
‘Hier, trek dit aan, het is voor jou,’
wordt die marge even dunner.

Misschien is dat wat ons te doen staat
in deze donkere maanden:
niet alleen praten over licht,
maar het vastnaaien aan de randen van iemands dag.
Een set schone kleren.
Een plek aan tafel.
Een naam die hardop wordt uitgesproken
alsof die ertoe doet.

Zolang er mensen zijn
voor wie de winter een vijand is
en geen seizoen,
is elke warme sok een kleine opstand,
elke onderbroek een stille demonstratie
tegen de gedachte dat iemand minder waard zou zijn
omdat hij nergens de sleutel in het slot kan steken.

En misschien,
als wij blijven zien wie nu nog voorbijgelopen wordt,
als we blijven geven wat zacht is en warm,
kan de straat ooit ophouden
het einde van iemands verhaal te zijn,
en worden tot een plek
waar iemand even uitrust
op weg naar opnieuw beginnen.

... Waar nabijheid begint
Een gedicht over dakloosheid in de winter – over wat kou werkelijk doet,
niet alleen met het lichaam, maar met waardigheid.

Over sokken als gebed, over beleid en beton, en over hoe elke hand die geeft
de wereld een fractie verschuift.

Want soms begint rechtvaardigheid niet in regels, maar in een muts, een blik, een ja tegen morgen. ...


Zie ook: http://www.deoverkant.wordpress.com/

Schrijver: Peter Paul J. Doodkorte
4 januari 2026


Geplaatst in de categorie: maatschappij

1.4 met 5 stemmen aantal keer bekeken 39

Er zijn nog geen reacties op deze inzending. Schrijf de eerste reactie!

reageer Geef je reactie op deze inzending: