mystieke bruiloft van de roos
Uit as en sneeuw bloeit de roos,
rood over wit, bloed dat sneeuw kust
zonder vlek, zonder smelten.
Kelk ademt één:
wit hart drinkt rood sap,
rood fluweel houdt wit licht vast,
geen scheiding meer.
Doornen, ooit prikkend in zwarte lust,
nu kroon rond openheid,
scherp maar teder strelend.
Geur: rozenolie met munt-dauw,
muskus die zingt:
“Ik ben de ander die ik bemin.”
Aanraking: fluweel op marmer dat ademt,
vingers verliezen grens in de kelk
van gedeelde pols.
Geluid: trilling van bloembladen die elkaar raken,
één hum, één wortel.
Smaak: honing-dauw met doorn-bitter,
de tong proeft de offerande die heel bleef.
Zicht: rossig aureool rond de geliefde,
rood kleed over wit linnen dat rood ademt.
De doden zijn geur die blijft hangen
wanneer de bloem eeuwig bloeit
in haar eigen spiegel.
Conjunctio is de roos die zichzelf kust:
liefde die de wond genas
door de wond te zijn,
de bloem die voltooide
door zichzelf te zijn.
De ziel is nu roos.
23 januari 2026
Geplaatst in de categorie: actualiteit

Er zijn nog geen reacties op deze inzending. Schrijf de eerste reactie!