Wanneer Niemand Antwoordt
Hoogmoed spreekt met verheven stem,
gesluierd, maar scherp genoeg om te snijden.
Van lippen vallen woorden, zwaar van minachting,
en blijven even hangen in de lucht.
Niemand antwoordt.
De ruimte blijft onbeweeglijk staan.
Nogmaals klinkt de stem, harder nu —
maar slechts stilte draagt haar verder.
Dan breekt iets wat geen geluid maakt.
De zekerheid eerst,
daarna de richting.
De blik zoekt houvast
en vindt alleen zichzelf.
In die leegte lost de drift op,
als nevel in het eerste licht.
Het masker zakt,
zonder dat iemand het aanraakt.
Waar eens de hoogte vanzelfsprekend was,
staat slechts steen.
Een toren, verlaten,
open voor weer en tijd.
Geplaatst in de categorie: algemeen

Er is 1 reactie op deze inzending:
Trots sprak hij
met gedempte stem,
bot genoeg om af te stompen,
-vervliegende ijdelheid.
De kamer bleef stil.
Nogmaals zijn stem,
luider dan eerst—
meer stilte.
Hij brak geluidloos:
eerst de zekerheid,
waarna zijn perspectief
definitief oploste.
Hij zocht en vond
slechts zichzelf;
in leegte bond zijn drift in,
als mist van het eerste uur.
Zijn masker was afgevallen,
daar en dan,
zonder hulp van handen,
-noch die van anderen.
Hoogte is niet langer
aan hem voorbehouden,
koud steen alleen
kan hij vertrouwen;
een verlaten toren,
opgedoemd en wel,
blootgesteld aan
het spel der elementen.