het onbedoelde zelfportret
“je eigen ogen staren je al weken aan
van het onbedoelde zelfportret
egostrelende verzetjes doen daar niets aan af
noch jouw knikkenbollen boven mij”
zo zei de onbedorven vijver
verder vrij van oordelen
voordat alle zonnebaadganzen
doorgakten tot zonsondergang
“maar jij”
de aangestaarde schoof
de verdenking van externaliseren
per direct opzij
“jij blijft in het ongewisse
over (in)humane bekommernissen
naar de zin van jouw bestaan
hoef jij nooit te gissen
de mens besteedt een leven lang
aan vissen naar de waarheid
hoopt die schromelijk te vinden
in het moment van doodgaan”
“rijkelijk laat”
repliceerde de verbouwereerde
vijver in de betrekkelijke schaduw
van een nauwelijks houdbare situatie
rondom de oude vertrouwde
tot aan vandaag onbreekbare eik
liepen de spanningen danig op
de voorheen kranige boom sprak
“we zijn van de ogen in de zin beland
waar ik eerst geen verband zag
lopen mij de tranen nu over de bast
door een opwellend en ongekend verlangen”
zijn stem klonk hol en vol tegelijk
de eik schrok van het grote belang
de aandacht die werd geschonken
de zang van vogels die verstomde
“ik”
sprak de geportretteerde zachtjes
“vraag mij soms af
door welke ogen ik de realiteit bezie”
zijn vertroebelde spiegel negerend
beweerde de vijver droogjes dat
“de mens het altijd anders bedoelt
en alles verandert waar je bij staat
maar ik voel het aan mijn water
hoe laat het boven op de heuvel is”
de eik was klaar met het gekeuvel
(evenals met hondenpis en kotsende katers)
“luisteren jullie nou ‘s
het duurt te lang
ik sta hier al een tijdje
met steeds minder zang op mijn noten
want wie zijn hier de werkelijke eikels
hebben de kloten niet om te twijfelen
aan hun eigen bestaansrecht en waarde
in dat tragische gevecht om de eeuwigheid?”
alsof het de voorzinnigheid zelve was
begon de eendenplas trekken te vertonen
van een exponentieel groeiend inzicht
alsof het de verdichting van het kroos betrof
“maar als zij er niet waren
was ik geen poel voor jouw bla’ren
dan was ik hooguit een vennetje
in een ongezien niemendalletje”
“het niemandsdal
als het eindstadium na de val
laat ons inderdaad bescheiden zijn”
van pijn doortrokken ogen sloten
zo kwamen allen bedrogen uit
Geplaatst in de categorie: filosofie

Er zijn nog geen reacties op deze inzending. Schrijf de eerste reactie!