1.601 resultaten.
Sjors Boesch – We noemen hem Kees XXIV; vers 283
netgedicht
2.0 met 1 stemmen
233 *283*
De nachtegaal kwam voorbij,
niet voor de eerste laatste maal,
door frasen als zwanenzang,
langzaam beslissende zinnen,
op ‘t witte sterfbed tollen
als in ‘n sterrenhemel.
De knoppen niet uit te zien rollen,
opkomende bollen niet laten knakken
onder volle billen,
knokige knieën
diep in de grond gedrukt;
tenen niet in vechtstand…
Wat de nacht te bieden heeft
netgedicht
2.5 met 4 stemmen
295 Wat de nacht te bieden heeft
als de geluiden
roepen vanaf de rivier,
zijn voeten zich vastklampen
aan het glas
dat zwaarder wordt dan het wachten;
alles wiegt,
gelaagd
in de golven.
Waar de duistere tijd
op zijn curriculum staat,
in het licht der waardeoordelen
van dag en dageraad,
die samenzweren
onder bescherming van de onbezonnen…
de scherpte
netgedicht
2.5 met 4 stemmen
234 Wat het is:
hij vulde de leegte op,
overschreeuwde de stilte,
maakte de badkamer schoon,
liet het licht nog een keer
weerkaatsen
op zo goed als witte tegels.
Misschien kon hij,
tussen zijn gemijmer door
de traptreden meenemen,
gedachten scherpen op de plinten,
waar stof sinds jaar en dag wachtte,
klaar om zich in te verdiepen;…
We noemen hem Kees XXIII; vers 742
netgedicht
2.3 met 3 stemmen
255 *742*
Voegen verkleuren in elk vertrek, in alle tijd
die richtingloos verstrijkt als je niet uitkijkt;
minder grijs blijft over, terwijl de afgeprijsde
tegels, in gebroken wit, als de schaduw van
de zilverreiger verder trekt, stuk voor stuk
breken in dit ijle winterlicht. Hij verrekt ‘t
de scheuren af te dichten; de regenbogen
vertakken…
haaienbek
netgedicht
3.2 met 4 stemmen
278 Och,
kon hij toch
voor eender eens,
deze ganse eeuwigheid,
zijn slepende zelftwijfel
ergens overzees, of
in een nieuw verleden,
als schatkist begraven,
zijn schip laten enteren,
zich laten gijzelen,
exempli gratia,
door een paar
losgeslagen
femboy-piraten.
Elk laveren voorbij,
wind in zijn zeilen
gevangen houden,
inslaggaten…
We noemen hem Kees XXII; vers 027
netgedicht
2.2 met 6 stemmen
204 *027*
de winterwind speelt
met witte wilde haren
en zilverlicht dwingt
als ingewikkeld garen
tussen de bladerloze
ontwortelde dromen
door tot de haarvaten
van ons levensidioom
ook de wolken zijn stil
uit de onwil tot breken
in aanstekelijk huilen
of meesmuilend gejaag
wat de vraag oproept
of dit heden wel bestaat
door een onhandigheid…
We noemen hem Kees XX; voorstellingen
netgedicht
1.5 met 2 stemmen
215 voorstellingen in de lucht
verwachtingsvol het licht
onderliggende gevoelens
van de kanteling des tijds
door bla’ren van wilde haren
gerationaliseerde verdwazing
uitgeschreven redeneringen
in nood gevonden woorden
onomstreden feitelijkheden
vermijden uit sensitiviteit
voor iedere alternatieve
zogezegde werkelijkheid
niet gelegde…
Paradoxaal
netgedicht
2.5 met 4 stemmen
264 Kruip als een nar
in de huid
van een dichter
die de waarheid liegt
en niet zegt
wat er staat...
het mag van mij,
maar wees consequent
en spreek jezelf
niet tegen in wat je
zoëven nog hebt beweerd
dan denken wij,
met onze breinen
op scherp
die zot meent niets
van zijn woorden
bij hem is alles
ambigu,
multi- c.q.
non-interpretabel…
We noemen hem Kees XXI; zelfgeweven wolken
netgedicht
2.3 met 3 stemmen
251 alles overziend
zelfgeweven wolken
uitgetelde patronen
opgepookte spoken
onverbroken leegtes
vergleden secondes
stilzwijgende eindes
opgeroepen bloed
beeldend gegraven
verstillende gloed
voorbijgaande aarden
vroegste verwildering
geklopte gemoederen
uitgerookt
vulkanisch
verblind…
In afstandelijk protocol
netgedicht
3.6 met 5 stemmen
278 Ooit weet ik waarom ik het zeker weet
over die stille bloei onder de boomschaduwen
in afstandelijk protocol kan ik mij niet vinden
psychiaters, dominees, critici, politici
ze zijn voor mij te kil, te liefdeloos berekenend
in het doorzagen van mijn dagelijkse geneugten
in afstandelijk protocol kan ik mij niet vinden
omdat door deftigheid zoete…
mijn stemmen
netgedicht
2.2 met 5 stemmen
268 als ik al mijn stemmen
van afgelopen maand
hardop voorlezen zou
intro- en retrospectief
zéér zelfreflectief
door een bril van nu
nadat zij zijn waargenomen
in levens gekomen
op eigen zinnen zijn gaan staan
boven- en onderstromen
weer vertegenwoordigd
hebben gezien als toen
elke opgebouwde fabel
ieder minuscuul detail
gemakshalve…
Onbereikbaar
netgedicht
3.4 met 5 stemmen
221 Kleine erupties in een zee van tijd
onbereikbaar voor jouw nijverheid
waar bloemen in wildernis dansen
via breekbare momenten schuldbewust
in jouw perspectief bestaat er nieuw gerief
door onuitputtelijke drang reeds uitgerust
schaduwen verborgen door zilte wind
onbereikbaar voor harde werkelijkheid
in eigen fantasie een vreemde bemind…
Jarig
netgedicht
2.5 met 2 stemmen
213 Vandaag ben ik jarig
en trek ik voor de zoveelste keer
de lappen stof die men,
eenmaal met zorg genaaid,
noemt: broek en hemd
keurig over mijn gladde huid,
om me te begeven naar een oord
waar precies zulk geklede mensen lopen.
Ik verblijf daar om te arbeiden
en tot de middag, zodra het signaal draait,
niet altijd van grote honger, tegelijk…
In Sluimerende Dromen
netgedicht
2.5 met 4 stemmen
260 Drijvend,
in vierdimensionale dromen
dansend op het getij
breek ik door de illusie
voor even ben ik vrij
Ontketend,
een sluimerend geweten
knagend aan mijn essentie
mijn geest geschonden,
geketend aan existentie
Meegesleurd,
naar diepe duisternis
verlangend naar het lumineuze licht
het koude ijs dat langzaam scheurt
woede getemd door…
Donkere gedachten
netgedicht
3.3 met 15 stemmen
327 In donkere gedachten heb ik mezelf gevonden
een theatrale clown voor een anoniem publiek
een deken van grijze mist over mijn denkwereld
die zich dapper uitstrekt, maar op de vlakte blijft
wanneer het gaat om echte stoere mannenzaken
iedere avond hetzelfde doorzichtige toneelstuk
ik ben mezelf, een ziel als deel van het bestaan
in de hoofdrol…
We noemen hem Kees XIX; vers 006
netgedicht
2.3 met 3 stemmen
198 *006*
De wereld flikkert
geen licht
verteerbare blaadjes
naar binnen,
noch daar buiten
-waar ook geen ziel huist.
Alleen het
onbesuisde niks
luistert indachtig,
nauw, als
de traag druppelende
dauw
op de ochtenden
waarop wíj wachten,
voor bij de poorten
als uitgefaseerde rozen.
‘Sta op, sta op!’
Ik hoor het
mijzelf uitstoten…
We noemen hem Kees XVIII; vers 832-III
netgedicht
2.7 met 3 stemmen
247 *832-III*
zolang ik wacht tot de nacht
in alle zwaarte van zijn zwart
langs mij heen is gegleden
heroverweeg ik mijn verleden
heden en toekomst
alle felle kleuren die ik aanbracht
in de uitwisseling van gedachten
lachend om mijn eigen pretentie
zie ik hier en nu
de ontbrekende essentie
onverschrokken blijf ik staren
in die spiegel…
geen toekomst zonder verleden
netgedicht
2.0 met 1 stemmen
293 kon hij de bergen zover krijgen
dat zij hem bezoeken zouden
zijn gebaande paden meedragend
waar het hem zwetend vergaan is
zou hij de geuren nogmaals ruiken
van de struiken waardoor hij kroop
zijn vergaarde schade verdragend
al hem toch zwetend ontgaan zal
mocht hij op beelden wederkeren
of in negatieven draaien
zijn vermaarde daden opdragend…
De naamloze stad
netgedicht
4.2 met 12 stemmen
366 Je hebt de pure emoties
uit het gedicht gestolen
het ego uit jouw hart getrokken
dronken grijsaard
je hebt vanochtend
met de oceaan gesproken
het dansen is voorbijgegaan
in schijn van werkelijkheid
door wellust en begeerte
toegeeflijk flirt je nu spontaan
met naaktheid van het bestaan
en vrijheid van het individu
je gaat vanmiddag…
Omwentelen
netgedicht
3.8 met 9 stemmen
473 toen de bomen zacht bewogen
groeide een bloesemend verlangen
in de broze vleugellamme uren
van zijn gekooide leven
in onzichtbare verborgenheid
zou hij op een winterse dag nooit
de sneeuw horen kraken de tinten
van de dageraad niet gadeslaan
hij zou wie hij was nooit kunnen tonen
toen de bomen zacht bewogen
brak hij door de tralies…